Make your own free website on Tripod.com

De Kromme kleppen rit, zondag 1 juli 2001


OP zondag 1 juli was de kromme kleppen rit in Apeldoorn. Ik had met Sjoerd en Willem Jan bij Leertouwer afgesproken om van daar uit naar Apeldoorn te vertrekken.

Sjoerd's nieuwe Dax

Met Extran-anti-lek systeem

Sjoerd was op zijn nieuwe Dax gekomen. Hij had last van een overlopende vlotterbak en hij had geen tijd gehad om daar iets aan te doen dus ving hij de benzine op in een Extran flesje. De SS van Willem Jan liep ook niet al te geweldig, zijn mengsel was veel te rijk. Hj had net al zijn bougie vervangen omdat zijn SS het niet meer deed met de oude. Om zijn mengsel wat armer te krijgen hebben we zijn gasnaald maar wat lager gehangen zodat hij met half gas nog een beetje redelijk kon rijden.
Nadat we met zijn drieŽn getankt hadden gingen we even kijken of Tim al wakker was en of hij misschien mee wilde. Tim en Sjoerd hadden de dag voor de rit mee gedaan aan de show in de arena. Toen we bij Tim voor de deur stonden lokten we hem naar buiten met enig viertaktgebrul, en jawel, Tim kwam kijken welke mafketels er bij hem op de stoep stonden.
Terwijl Tim zich klaar maakte om te vertrekken liet willem Jan weten dat hij nog steeds niet blij was over hoe zijn SS reed en hij bang was dat hij het einde van de rit niet zou halen. Dus hebben we Tim gevraagd of hij misschien nog een kleiner sproeiertje had liggen. De sproeier was zo vervangen, maar we waren wel een aardig tijdje bezig met zijn clipcarburateur zo dicht te krijgen dat hij niet lekte. Toen de kleinere sproeier er in zat liep zijn SS wel redelijk, goed genoeg om er een dagje mee te rijden.
Tegen de tijd dat we vertrokken naar Apeldoorn was het al redelijk laat, dus we moesten opschieten. De weg naar Apeldoorn toe ging best wel vlot. We waren onderweg nog even gestopt om te bellen dat we waarschijnlijk iets later zouden komen, en tijdens die stop kon Sjoerd mooi even zijn extran flesje leeg gooien in zijn benzinetank.
Toen we in Apeldoorn aan kwamen moesten we de MacDrive nog zien te vinden waar verzameld werd. Tim kon zich vaag nog herinneren dat deze ongeveer aan de andere kant van Apeldoorn was, maar waar precies wist hij niet. Onderweg hadden we nog even aan iemand gevraagd of die ons de weg kon wijzen waarna we verder gingen met onze zoektocht naar de MacDrive. De achterkant van mijn C310 begon opeens een beetje onstabiel aan te voelen, een paar seconde later was dat onstabiele een hopeloos gezwabber geworden was sturen zo goed als onmogelijk maakte. Mijn achterband was lek. Op het moment dat ik lek reed reed ik achteraan en dus hadden ze niet door dat ik ze niet meer volgden. 2 minuten later kwamen Tim, Sjoerd en Willem Jan weer terug omdat ze me kwijt waren (en de Mac niet konden vinden).

Lekke band

Tim ging de MacDrive zoeken om de mensen daar te vertellen dat we er wel waren maar dat we met een lekke band stonden. Even later kwam Tim terug met Jos (rode SS) en besloten we wat we gingen doen. Omdat ik ook weer terug moest naar Amersfoort aan het einde van de dag en ik het niet zag zitten om mijn C310 achter te laten moest de band geplakt gaan worden. Sjoerd en ik gingen de band plakken en Tim en Willem Jan gingen de rit mee rijden.
Mijn C310 hebben we voor een huis geparkeerd en daar hebben we ter plekke het achterwiel van mijn C310 er af gehaald. Met het achterwiel aan het stuur van de Dax van Sjoerd vast gemaakt gingen we naar de Esso naast de MacDrive om daar bij de bandenpomp de band te plakken.

Een Dax met een 19" wiel Een winkelhaak in mijn binnenband

Toen we het loopvlak van de buitenband na keken op scherpe dingen die in de band zaten kwamen we een dun metalen staafje tegen die zo'n 5mm uit de band stak. Toen we het staafje er uit hadden getrokken met een tang bleek dat het staafje zo'n 3 centimeter lang was. Ik verwachte in de binnenband een klein gaatje te vinden waar het staafje door heen zat geprikt, maar het gat dat ik vond was bepaald niet klein. Er zat een winkelhaak in mijn binnenband waarvan de zijdes zo'n 2 centimeter lang waren. Het zag er niet veel belovend uit.
De Dax van Sjoerd trok de aandacht van een man uit Friesland, die zat bij de MacDrive te wachten op zijn zoon die de rit aan het meerijden was. Hij vertelde ons wat we zelf ook al vreesden, dat je zo'n gat in je band waarschijnlijk niet zou kunnen plakken. Maar veel keus had ik niet, als die band niet geplakt werd kon ik niet naar huis. Na de lijm er op te hebben gesmeerd en die een beetje te hebben laten drogen ging de plakker er op. Die plakker was nŤt groot genoeg om helemaal over de winkelhaak heen te passen en het leek er op dat de band het misschien nog wel even uit zou kunnen houden. Na een tweede laag lijm over de rand van de plakker zijn we de Mac in gegaan om wat te eten, ondertussen kon de lijm mooi drogen. Overigens vond ik de MacSmakeloos die ik besteld had niet erg lekker, maarja, ik had honger.
Na een klein half uurtje op het terras van de Mac te hebben gezeten gingen we de band oppompen om te kijken of het lek gedicht was. Bij de bandenpomp van de Esso was het erg druk, blijkbaar was er bij een Shell station de luchtslang gescheurd, daarom dat iedereen naar de Esso kwam. Toen wij aan de beurt waren deed de luchtpomp opeens helemaal niets. Het was zo'n nieuwe computer gestuurde pomp waarbij je eerst de gewenste bandendruk instelt waarna de pomp eerst meet hoe hoog de druk in de band is en vervolgens de bandendruk verhoogt of verlaagt tot de juiste druk bereikt is. Maar bij mijn lege band deed die pomp helemaal niets. Omdat die pomp geen bandendruk meette was het voor die pomp net alsof de luchtslang helemaal niet op het ventiel zat maar gewoon los in de lucht hing, en dus werd er niet gepompt. Toen ben ik binnen bij de Esso wezen vragen of ze misschien ook een voetpomp te koop hadden, maar dat hadden ze niet.
Sjoerd en ik zijn toen met het achterwiel van mijn C310 onder mijn arm weer op Sjoerd's Dax gestapt op zoek naar een andere benzinepomp. Na een stukje rijden kwamen we bij een klein BP station aan, maar daar hadden ze helemaal geen bandenpomp en ook geen voetpomp te koop, dus moesten we weer verder zoeken. Een stuk verder kwamen we bij een Shell station. Dit was die Shell waarvan de luchtslang van de bandenpomp gescheurd was. Die luchtslang was echt helemaal gaar, maar er stond nog wel druk op de slang. Sjoerd bond zijn zakdoek om het gat in de luchtslang zodat we toch nog een klein beetje lucht in mijn band konden pompen. Met een halve bar aan luchtdruk in mijn band gingen we weer terug naar de Esso om de band daar verder op te pompen bij die computer gestuurde pomp. Na de band voorzichtig te hebben opgepompt zijn we weer naar mijn C310 gereden waar we het achterwiel er weer onder hebben gezet.
Terwijl we het achterwiel aan het monteren waren stond er een hele meute kleine kotertjes om ons heen te kijken naar hoe we het achterwiel er in zetten. Een klein jochie zei dat hij later ook een scooter wilde hebben. Omdat het zo'n kleine dreumes was werd het hem vergeven, maar we vertelden hem wel dat hij geen scooter moest nemen maar een Ťchte brommer, een viertakt ("onthoud dat woord" zei Sjoerd).
Na de mensen waarbij mijn C310 voor het huis stond bedankt te hebben voor de hulp zijn we naar de Mac gereden. Het was me meteen duidelijk dat ik de achterband iets te voorzichtig had opgepompt, want de band was nog veel te zacht om er een beetje fatsoenlijk mee te kunnen rijden. Ik wilde juist voorkomen dat er teveel kracht op die winkelhaak kwam, want misschien zou die dan verder open scheuren. Maar er moest sowieso meer lucht in want de band was gewoon veel te zacht.
Na de band te hebben bijgepompt zijn we weer op het terrasje bij de Mac gaan zitten om te wachten op de terugkeer van de kromme kleppen rit.

Een Dax En nog een Dax
De C70 van Floris Een verbouwde Novio
Het voorwiel van een Grolsch liefhebber Een rijtje SSen

De meeste mensen waren natuurlijk meteen weer weg aan het einde van de rit, maar een aantal mensen bleef nog even plakken. Floris was zijn C70 aan het verkopen, de potentiŽle koper had er de rit mee gereden om te kijken of het ding het uithield. En zijn C had het gehaald tot aan het einde van de rit, maar ook niet verder dan daar. De contactpuntjes waren namelijk volledig weggesleten, daar viel niets meer aan af te stellen. Of Floris zijn C nou uiteindelijk verkocht heeft weet ik niet.
Na enig gekeuvel op het parkeerterrein bij de Mac was het voor ons ook tijd om te vertrekken. Via een iets andere route verlieten we Apeldoorn. Niet veel later werd het ons duidelijk dat we niet precies wisten waar we zaten, behalve dan dat we meer naar het zuiden toe zaten dan op de heenweg naar Apeldoorn toe.
Toen we ergens verkeerd reden en bij een huis uit kwamen liep Sjoerd's ketting van zijn Dax af en moesten we een sleutelpauze inlassen. Bij het huis was een of ander familiefeest aan de gang en kregen we allemaal een biertje aangeboden (bedankt!), dat biertje ging er wel in.
Toen we ons bier op hadden en Sjoerd zijn ketting er weer op had gingen we weer verder. We zaten vlak bij een snelweg die direct naar Amersfoort liep. De snelweg hebben we toch maar niet genomen, de autoweg vanaf Arnhem bij de combirit was al heftig, maar het ging ons toch iets te ver om met 55 Km/h de A1 op te gaan. Een stukje verder vertelde een richtingaanwijzer ons dat het 23 kilometer was naar Ede in de richting die we gingen, en dat het ook nog eens 23 kilometer was naar Arnhem in precies dezelfde richting. Dit was niet echt de richting die we uit wilden gaan. Toen hebben we maar geaccepteerd dat we een beetje verdwaald waren. Tim zag toen bij die richtingaanwijzer een plaatsnaam staan die hij ook had zien staan op een richtingaanwijzer die we op onze heenweg tegen kwamen. Als we die kant uit zouden gaan zouden we op de weg uit komen die we genomen hadden toen we naar Apeldoorn toe gingen was het idee. Het was een weggetje dat ons het bos in leidde. Na een ritje over een fietspad door het bos kwamen we bij een weg uit en was het de vraag welke kant we uit moesten gaan, links of rechts. Ik beweerde dat we in ieder geval naar het westen toe moesten, en de zon stond al aardig laag en die ging volgens mij onder in het westen (eigenwijs), dus reden we maar de zonsondergang tegemoet. De weg liep door een bosrijk gebied en kwam uiteindelijk op een fietspad uit die over de hei heen liep. Toen we de hei voorbei waren ging het fietspad over in een schelpenzand pad dat weer een bosgebied in ging. Aan het einde van het schelpenzand pad kwamen we weer wat asfalt tegen in de vorm van een landweggetje en een provinciale weg. Bij de kruising van deze twee wegen hebben we moeten stoppen want Tim had ontzettende last gekregen van zijn lenzen door de stofwolken die we maakten op dat schelpenzand-fietspad.
Toen Tim weer bijgekomen was konden we weer verder. We kozen het landweggetje. Niet wetend waar we precies waren reden we de zonsondergang tegemoet. Bij iedere ANWB paddestoel keken we even of we een plaatsnaam zagen staan die op de route naar Amersfoort zou liggen. Na een paar kilometers werd Barneveld opeens op de paddestoelen vermeld (wij blij!), dus wisten we eindelijk waar we ongeveer zaten, namelijk 9 kilometer van Barneveld af. Vanaf hier  was de weg naar Amersfoort een eitje, het laatste stuk reden we zelfs over dezelfde weg als we de heenweg hadden genomen.
In Amerfoort nam ik vanaf de stadsring mijn afslag terwijl de rest verder ging naar Soest en Huizen.
Ik vond het erg jammer dat ik door mijn lekke band de rit niet mee heb kunnen rijden, maar het mooie weer en de leuke verdwaal-zoektocht naar huis langs een mooie route maakten weer een heleboel goed.