Make your own free website on Tripod.com

De 3e hoeveel klepveren passen er in de gooise matras rit, zondag 16 september 2001


Op zondag 16 september werd de 3e hoeveel klepveren passen er in de gooise matras rit verreden. Omdat ik nog steeds niets aan mijn C310 gedaan had ging ik ook deze rit op mijn novio rijden. Mijn novio had alleen enige speling op het voorwiel ontwikkeld, dus dat voorwiel kon ik de ochtend voor de rit wel even repareren dacht ik. Ik had een tijdje geleden al een nieuwe novio voorwiel-as en nieuwe lagercups gekocht omdat de voorwielas van mijn novio lichtelijk krom was door een hoe-hoog-kan-ik-met-mijn-novio-over-die-drempels-springen-avontuur. Maar tijdens het sleutelen aan mijn voorwiel bleken de twee moertjes die de voorwiel-as aan de ankerplaat klemmen aan de as waren vast geroest, en die kon ik dus niet op tijd voor de rit los krijgen. Maar geen nood, want ik had nèt een tweede novio er bij gekocht die nog niet helemaal 100% loopt, dus daar kon ik het voorwiel wel even van gebruiken. Dus heb ik het voorwiel van de ene noof onder de andere gezet, en was mijn novio klaar voor de rit.
Ik ben nog even naar binnen gegaan om het oude lagervet maar eens van mijn handen af te wassen en even wat te eten, want een hele dag bezig zijn een rit te rijden op een lege maag is ook niet alles.
Om 11:00 uur stipt kwam Maurice aanzetten op zijn SS, want daar zou ik samen mee naar Hilversum rijden. Er zat ook nog iemand bij Maurice achter op, maar daar heb ik eigenlijk niet eens kennis mee gemaakt (ik weet ook niet wie het was), omdat we vrijwel meteen vertrokken naar Hilversum. Onderweg naar Hilversum hebben we nog 2 keer gezwaaid naar SS-berijders die ons tegemoet kwamen (en dus niet mee reden met de rit, want die was de andere kant uit). Maar goed, we kunnen niet allemaal aan een rit mee doen, sommige mensen hebben 's zondags ook andere dingen te doen. Boven Hilversum hing overigens wel een heel erg onheilspellende donkere lucht.
In de binnenstad van Hilversum was het even zoeken naar de Kerkbrink (waar verzameld werd), want ik wist niet meer precies waar het was. Maar na een keer of 2 de Hilversumse binnenstad rond te zijn geweest zag ik op eens een richting-aanwijzer staan waar op stond dat de kerkbrink recht voor ons lag ... ik trok het gas dus open (maakt niet veel verschil op een novio) om snel recht door te gaan. Tegelijkertijd hoorde ik mensen mijn naam roepen van ergens links achter van me. Toen ik om keek zag ik dus dat men daar verzameld had, op exact dezelfde plek als vorig jaar. Na even om me heen gekeken te hebben bleek ik me dus op exact dezelfde Kerkbrink te bevinden als het jaar er voor, alleen had ik het dus niet herkend, en dat geeft even een vreemd verdwaald gevoel. Maar goed, we waren er.

Er kwamen nog meer mensen aan op de Kerkbrink

Een blauw CD-tje met een Forza uitlaat

Adriaan was ook van de partij, die hadden we al een tijdje niet meer gezien bij ritten. De door en door groene C310 is zijn gebakje

Nog een mooie CD

Hoeveel klepveren?

Een C-tje met solo-zadel. Dat zie je ook erg weinig

En een PSje

Nog een drietal strokers

Jos met zijn door en door rode SS was ook weer van de partij, en met een nieuwe uitlaat die overigens een redelijk vreemd plop-plop geluid produceerde

Dit CD-tje glom aan alle kanten, een echte glimbak

En nog een C-tje en een CD, de CD's waren goed vertegenwoordigd bij deze rit

Tijdens het verzamelen lieten de grijze wolken boven ons even zien waarvan ze gemaakt waren, namelijk water (Ivo, je meent het!). Dus iedereen zette snel zijn brommer even onder het afdakje. Niet lang daarna, toen er nog een stroker aan kwam zetten, riep er een Hilversummer "En nu is het uit met die brommers!". Blijkbaar werd de mooie diepe klank die uit de uitlaten van onze viertaktjes komt niet erg gewaardeerd. Hoewel we ons overigens wel erg rustig hielden, er werden geen burn-outs of wheelie's gemaakt of zo, want iedereen stond voor de regen te schuilen. Niet lang daarna kwam er een politie-agent te motorfiets de Kerkbrink op rijden. De agent bekeek het geheel eventjes, en ging er daarna weer van door. Blijkbaar vond hij ons niet storend (waren we ook niet ... op dat moment).
Om 13:00 uur vertrokken we vanaf de Kerkbrink. En al snel hadden we de volgende regenbui te pakken, maar dat mocht de pret van de rit niet echt drukken. Tenminste, bij mij niet. Mijn Novio wordt vaak wel verkouden in de regen (extreem verkouden tijdens de platte duiven rit), maar ook dat mag de pret niet drukken. Zo lang ik af en toe het natte luchtfilter maar vervang voor een droge is er niets aan de hand.
Op mijn noviotje kon ik de rest best goed bij houden, maar inhalen was een tweede, dat ging uiterst moeizaam. Dus vond ik mezelf al snel redelijk achter aan de stoet.
Een aantal kilometers verder op was het gelukkig weer droog. Op eens kwam ik Adriaan voorbij gereden. Iets dat ik vrij vreemd vond, want het inhalen ging juist zo lastig op mijn novio. De snelheid was compleet uit zijn C310 verdwenen, en Adriaan keek een beetje ongelukkig naar zijn blok. Rustig reed ik een klein stukje door, want Adriaans C310 had nog wel een beetje vaart, dus ik dacht dat die nog wel een paar meter mee zou komen. Even verder op over een bruggetje was een mooi parkeerhaventje waar je rustig even je brommer neer kon zetten. Maar Adriaan bleek echt te zijn stilgevallen, dus draaide ik om om verhaal te gaan halen. Adriaan stond daar aan de kant van de weg, en Sjoerd was ook blijven staan om Adriaan te helpen voor zo ver dat kon. Ik vertelde dat je even verder op mooi kon staan zonder het risico te lopen van je sloffen te worden gereden door het verkeer, dus reden we verder naar dat parkeerhaventje. In Adriaan's geval was het dus fietsen ... gelukkig heeft een C310 trappers.
De carburateur was meteen hoofdverdachte nummer 1, want toen Adriaan stil viel was het net alsof de benzine op was, hoewel de tank nog goed vol zat. Adriaan drukte op het knopje dat op de C310a carburateur zit. Daarmee duw je de vlotter naar beneden en kan je de carburateur laten overlopen, en dus testen of er wel benzine in de carburateur komt. Dit was dus niet het geval. Dus de carburateur werd er af geschroefd en open gemaakt. Binnen in de carburateur zat wel wat vuil, maar niet veel. Het vuil dat er in zat zat in het bezinkbakje dat binnen in de carburateur zit ingebouwd bij de C310a carburateur. Vervolgens zette Adriaan de carbu weer even in elkaar, maar dan zonder hem dicht te schroeven. Als je de vlotterbak een beetje stevig in zijn rubber duwt, dan lekt hij als het goed is ook niet (of nauwelijks). De carburateur werd weer aan de benzineslang gehangen om te kijken hoe ver de benzine de carburateur in kwam. Het bezinkbakje zat vol benzine, maar de vlotterbak bleef droog staan. Het euvel was hierdoor snel gelocaliseerd. Het bleek de vlotternaald te zijn, die was blijven steken, en dus kwam er geen druppel benzine meer langs. De carburateur werd verder uit elkaar gehaald en het vlotternaaldje werd grondig onderzocht. Deze bleek wat vuil te zijn en daardoor te zijn blijven plakken. Na het schoonmaken en de vlotter weer in de carb te hebben gezet werd de carburateur weer getest op benzinetoevoer, en deze keer liep hij vrolijk over, dus kon het hele zaakje dus weer in elkaar en kon er verder gereden worden.
Alleen de rest van de stoet was natuurlijk al lang weg, die waren door gereden. Een beetje onzeker van waar we eigenlijk naar toe gingen vervolgden we onze weg. Het plan was om naar de locatie te gaan waar gepauzeerd werd, hoewel we vreesden dat ze daar misschien alweer vertrokken zouden zijn als we daar aan zouden komen. Een paar kilometer verder op begon het weer te regenen, en besloten we om maar richting Hilversum te gaan rijden in plaats van de rustplaats. Nog even stopten we om de weg te vragen, we gingen gelukkig al de goede kant uit.
Een paar honderd meter verder op zagen we een jongen langs de kant van de weg staan met zijn SS. Dus wij stoppen om te kijken of we konden helpen misschien. Het was een gevalletje lekke band, en plakspullen had niemand bij zich. Maar gelukkig was die jongen uitgerust met een mobile telefoon en was er al hulp onderweg. Dus vervolgden we onze weg richting Hilversum, want met die jongen kwam het allemaal wel goed.
Het hield op met regenen, want het begon te storten. Meteen begon mijn novio een beetje te protesteren, hij wilde liever in zijn droge schuur staan in plaats van dat banjeren door de regen. Maar we moesten door, en dat begreep mijn novio gelukkig ook. Soms lijkt het haast wel alsof er een barometer in mijn carburateur zit die de boel over hoop gooit als het regent, want mijn novio heeft nooit zin in regenrijden, maar uiteindelijk kom ik er altijd wel.
In Hilversum aan gekomen reden we naar de Kerkbrink, maar daar stond verder helemaal niemand. Onze brommers werden weer tegen de regen beschut neergezet, en met de kabel- en kettingsloten die Sjoerd, Adriaan en ik bij ons hadden in een cirkeltje aan elkaar gezet rondom een pilaar. Zeiknat, druipend van de regen en met soppende schoenen stapten we een lokaal etablissement binnen om ons daar te goed te doen aan een kopje warme chocolademelk met slagroom en ons te warmen bij het kaarsje dat op het tafeltje stond.
We vroegen ons een beetje af waar de rest was, want die hadden eigenlijk ook al in Hilversum moeten zijn. Maar vorig jaar eindigde de rit ook niet op de startlocatie, maar een klein stukje verder op. Na 3 kwartier te hebben zitten drogen en nog een tweede warme chocolademelk met slagroom genuttigd te hebben gingen we maar eens kijken of we de rest konden vinden. Een paar straatjes verder op stonden her en der nog een stuk of 15 viertaktjes geparkeerd in de buurt van een café. Dus we daar hebben we onze brommers maar bij gezet om ons bij de rest te voegen.
Buiten het café hebben we nog even geleuterd met diverse mensen. Pytrik vond dat de achterrem van mijn novio erg zwaar ging (en hij had gelijk), alsof de kabel bekneld zat. Maar  er zaten geen scherpe bochten in die kabel, en hij zat er ook nog niet zo heel erg lang. Ik denk dat ik iets te veel in de regen heb gereden met mijn novio, en dat er enige roestvorming in de kabel aan het vormen was. Maar goed, ik kon er daar toch niets aan doen, dus was het plan om maar gewoon goed hard de rem in te knijpen.
Na gedag te hebben gezegd aan Pytrik en Peter die maar weer eens richting zAAgcity gingen, gingen wij het café binnen. Binnen was het lekker gezellig, en er zaten viertakters, en er was bier, en het was er warm zodat we nog wat verder konden drogen, dus hadden we het erg naar onze zin. daar binnen Ik weet niet precies hoe lang we in dat café hebben uitgehangen en hoeveel bierviltjes we hebben beklad met smilies en slecht getekende brommers.
Ondanks het missen van het grootste deel van de rit was dit een mooi einde van de dag. Maar aan alles komt een eind, want het was weer tijd om op huis aan te gaan.
De remkabel die zo stroef liep brak de volgende dag ...